Contactgegevens
Stijn Belmans
BTW-nummer: BE 0698.645.666
E-mailadres
info@stijnbelmans.be
Back

Camerabewaking in je zaak: Camerawet én GDPR in één stappenplan

Een bewakingscamera ophangen is in vijftien minuten gebeurd. De administratie eromheen wordt in de meeste zaken overgeslagen — meestal omdat niemand weet dat ze bestaat.

Wat veel ondernemers niet beseffen: op camerabewaking zijn twee wetten tegelijk van toepassing. De Camerawet van 21 maart 2007, die in 2018 grondig is herzien, en de GDPR. Ze overlappen, maar niet volledig, en ze stellen elk hun eigen eisen.

De Camerawet vraagt drie dingen: een aangifte, een pictogram en een register. Geen van drie is ingewikkeld, alle drie worden ze vergeten.

In dit artikel: het volledige stappenplan, de valkuil rond camera’s op de werkvloer, en de randgevallen waar de wet anders werkt dan je verwacht.

Geldt de Camerawet op jouw camera?

De wet geldt op bewakingscamera’s: camera’s die geplaatst en gebruikt worden voor toezicht op en bewaking van plaatsen, met als doel misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen, vast te stellen of op te sporen — of overlast te voorkomen en de openbare orde te handhaven.

Belangrijk: of je de beelden opneemt, doet er niet toe. Zodra een camera een bewakingscamera is in de zin van de wet, gelden de regels — ook als er niets wordt opgeslagen. Het verzamelen van beelden is op zichzelf al een verwerking.

De wet geldt niet op:

  • Camera’s van de politiediensten — die vallen sinds 25 mei 2018 onder de wet op het politieambt
  • Camera’s van openbare inspectie- en controlediensten met een eigen wettelijke basis, zoals douane of sociale inspectie
  • Camera’s op de werkplaats die uitsluitend binnen de arbeidsrelatie worden gebruikt — daarover verderop meer
  • Een particulier die de binnenkant van zijn privéwoning filmt voor persoonlijke en huiselijke doeleinden

Let op die laatste: de uitzondering geldt alleen binnen. Film je de ingang van je woning of je tuin, dan moet je wél aangifte doen, een register bijhouden en een pictogram plaatsen.

Vóór je iets ophangt: de vier vragen

Er bestaat geen vergunningssysteem in België. Je moet zelf beoordelen of je cameragebruik verdedigbaar is, aan de hand van vier beginselen.

  • Finaliteit. Waarom wil ik camera’s? Wat is het concrete doel?
  • Subsidiariteit. Is er geen minder ingrijpend middel dat even doeltreffend is? Betere verlichting, een alarm, een ander slot?
  • Proportionaliteit. Hoeveel camera’s, waar gericht, worden beelden opgenomen en hoe lang?
  • Doeltreffendheid. Lost dit het probleem werkelijk op?

Schrijf de antwoorden op. Niet omdat het moet in die vorm, maar omdat je ze nodig hebt voor je register én omdat je ze bij een klacht moet kunnen verantwoorden.

Stap 1 — De aangifte

Je moet je bewakingscamera’s aangeven bij de politiediensten, uiterlijk de dag vóór je ze in gebruik neemt. Dat gebeurt via de toepassing op www.aangiftecamera.be.

Twee details die vaak misgaan:

  • De aangifte moet jaarlijks gevalideerd worden. Eén keer indienen en vergeten is niet genoeg. Zet het in je agenda.
  • Je moet ze bijwerken bij elke wijziging. Een camera bijplaatsen of verwijderen, of je bewaartermijn aanpassen — telkens actualiseren.

De aangifte is gratis en kost je een kwartier.

Stap 2 — Het pictogram

Aan de ingang van de bewaakte plaats hang je een pictogram dat aangeeft dat er camerabewaking plaatsvindt. Model, afmetingen en verplichte vermeldingen liggen vast in een koninklijk besluit van 10 februari 2008 — je kunt dus niet zelf een bordje ontwerpen.

Op het pictogram komen onder meer de gegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en het contactpunt waar mensen terechtkunnen. Veel zaken hangen nog een verouderd model op dat niet meer voldoet aan de herziening — controleer dat van jou.

Er zit een juridisch mechanisme in dat weinig mensen kennen: door een plaats te betreden waar een correct pictogram hangt, geeft de gefilmde persoon zijn voorafgaande toestemming om gefilmd te worden. Het pictogram is dus geen formaliteit maar de basis waarop je hele verwerking rust. Hangt het er niet of niet correct, dan valt die grond weg.

En omgekeerd: hangt het pictogram er zoals voorgeschreven, dan is er geen sprake van heimelijk cameragebruik — ook niet als de camera’s zelf niet meteen zichtbaar zijn. Heimelijk cameragebruik is verboden.

Stap 3 — Het beeldenregister

Naast de aangifte moet je een register van de beeldverwerkingsactiviteiten bijhouden. Dat is een apart register, los van je gewone verwerkingsregister onder de GDPR — al is het logisch om de camerabewaking ook daarin op te nemen als verwerkingsactiviteit.

Het register moet schriftelijk zijn en mag elektronisch. Je houdt het bij je, en je stelt het op verzoek ter beschikking van de Gegevensbeschermingsautoriteit en de politiediensten.

Hoe je een verwerkingsregister opbouwt, staat in dataregister GDPR opstellen. Voor het beeldenregister volstaat een compact document per camerasysteem met doel, locatie, bewaartermijn, wie toegang heeft en welke beveiligingsmaatregelen er zijn.

Waar mag je op richten?

De hoofdregel: je camera’s mogen niet specifiek gericht worden op een plaats waarvoor jij niet zelf de gegevens verwerkt.

Concreet voor een handelszaak: je mag je eigen winkel, je etalage en je ingang filmen. Je mag niet het voetpad of de straat filmen — dat is in de zin van de wet een niet-besloten plaats, en daar mogen alleen openbare overheden camera’s plaatsen, na positief advies van de gemeenteraad.

Het woord “specifiek” biedt wel ruimte. Film je je etalage en verschijnt er onvermijdelijk een stukje voetpad op beeld, dan is dat aanvaardbaar — mits je dat tot het strikte minimum beperkt. Je mag het niet zo instellen dat het voetpad in de praktijk je onderwerp wordt.

Film je de ingang van je zaak die uitgeeft op de openbare weg, dan geldt uitdrukkelijk dat de opnamen van die openbare ruimte tot het strikte minimum beperkt moeten blijven.

Hoe lang mag je beelden bewaren?

Beelden mogen enkel worden opgenomen om bewijzen te verzamelen van overlast, misdrijven of schade, en om daders, ordeverstoorders, getuigen of slachtoffers te zoeken en te identificeren.

De bewaartermijn is maximaal één maand wanneer de beelden niet kunnen bijdragen aan zo’n bewijs of identificatie. Voor bepaalde plaatsen met een bijzonder veiligheidsrisico, aangeduid bij koninklijk besluit, loopt die termijn op tot drie maanden.

In de praktijk betekent dit: stel je systeem in op automatisch overschrijven na dertig dagen, en haal alleen die fragmenten eruit die je werkelijk als bewijs nodig hebt. Beelden “voor de zekerheid” een jaar bijhouden mag niet.

De valkuil: camera’s op de werkvloer

Hier gaat het het vaakst mis, want de regels lopen door elkaar.

De Camerawet is niet van toepassing op bewakingscamera’s op de werkplaats die worden gebruikt met het oog op veiligheid en gezondheid, bescherming van de goederen van de onderneming, controle van het productieproces of controle van de arbeid van de werknemer. Voor dat gebruik geldt cao nr. 68, met eigen verplichtingen rond informatie en overleg met de werknemersvertegenwoordiging.

Maar — en dit is de kern — cao 68 geldt alleen binnen de arbeidsrelatie. Zodra je camera’s ruimer worden gebruikt, komt de Camerawet er weer bij.

Praktisch voorbeeld. Een winkel met camera’s in de verkoopruimte. Die ruimte is toegankelijk voor klanten, dus niet enkel voor werknemers. Gevolg: de Camerawet is óók van toepassing en je moet aangifte doen. Dat de camera’s mede dienen om personeel te controleren, verandert daar niets aan.

Zit je in de horeca, dan speelt dit bijna altijd — zaal en toog zijn publiek toegankelijk, de keuken en het magazijn niet. Ik ging daar eerder op in bij GDPR voor horeca.

De veilige werkwijze: ga per camera na wie er in beeld komt. Alleen medewerkers in een afgesloten ruimte? Dan cao 68. Ook klanten, leveranciers of bezoekers? Dan cao 68 én de Camerawet.

En de GDPR dan?

Lees ook: Is de GDPR ook verplicht voor mijn kleine zaak?

Die geldt bovenop de Camerawet, want camerabeelden van herkenbare personen zijn persoonsgegevens. Dat betekent vier dingen extra.

  • Camerabewaking hoort in je verwerkingsregister, naast het aparte beeldenregister.
  • Mensen hebben inzagerecht. Iemand kan vragen of hij op beeld staat en daar een kopie van krijgen. Je moet dan wel andere herkenbare personen op die beelden onherkenbaar maken — dat is technisch lastig, dus denk vooraf na over hoe je dit zou aanpakken.
  • Een gegevensbeschermingseffectbeoordeling kan verplicht zijn. Bij grootschalige of systematische monitoring is dat het geval. Tien camera’s of meer is een vaak gehanteerde indicatie — dan komt trouwens ook een DPO-verplichting in beeld.
  • Beveiliging. Wie kan bij de beelden, staat de recorder achter slot, is er een wachtwoord dat niet “admin” is, en wordt er gelogd wie beelden bekijkt?

Dat laatste punt wordt bijna overal onderschat. Een camerasysteem dat vanaf het internet bereikbaar is met standaardinloggegevens is een datalek dat wacht om te gebeuren.

Zes randgevallen

Dashcams. Volgens de interpretatie van de Gegevensbeschermingsautoriteit zijn dashcams die dienen om beelden te hebben bij een ongeval geen bewakingscamera’s. Ze vallen dus onder de GDPR, niet onder de Camerawet, en hoeven niet aangegeven te worden. Zet je ze wel in voor camerawetdoeleinden op de openbare weg, dan is dat voor particulieren niet toegelaten.

Deurbelcamera’s. Gebruik je die enkel om te zien wie er aanbelt, dan is het geen bewakingscamera. Neem je op om bewijs te hebben bij een inbraakpoging, dan wel — met alle verplichtingen die daarbij horen.

Nepcamera’s. Een dummy verwerkt geen beelden en valt dus buiten de wet. Je mag zelfs een pictogram ophangen. Het risico zit elders: bij een klacht of een inzageverzoek moet je kunnen bewijzen dat de camera op dat moment inactief was.

Geluid. De Camerawet spreekt alleen over beelden. Maar artikel 314bis van het Strafwetboek verbiedt op straffe van strafsancties het opnemen of afluisteren van privécommunicatie waaraan je niet deelneemt, zonder toestemming van alle deelnemers. Zet de audiofunctie dus uit.

Camera’s in een voertuig. Filmen die de binnenkant voor bewakingsdoeleinden, dan zijn het vaste camera’s die een besloten plaats filmen: aangifte, pictogram en register zijn verplicht. Komt de buitenkant mee in beeld, dan beperk je het filmen van de openbare weg tot het absolute minimum.

Public view. In publiek toegankelijke besloten plaatsen mag je naast een camera een scherm hangen dat live de beelden van díé camera toont — een gebruikelijke praktijk in winkels. Het scherm mag enkel de beelden tonen van de camera waarnaast het hangt.

Veelgestelde vragen

Mijn buur richt zijn camera op mijn tuin. Wat kan ik doen?

Camera’s mogen niet specifiek op jouw eigendom gericht zijn. Je kunt een klacht indienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit, bij je lokale politie, of bij beide.

Heb ik een vergunning nodig?

Nee, er is geen vergunningssysteem. Je beoordeelt zelf of je gebruik voldoet aan finaliteit, proportionaliteit, subsidiariteit en doeltreffendheid. Voor camera’s op de openbare weg is wel een bindend positief advies van de gemeenteraad nodig, maar die mag je als onderneming sowieso niet plaatsen.

Wie mag de beelden live bekijken?

In besloten plaatsen enkel de verwerkingsverantwoordelijke en personen die onder zijn toezicht handelen, en enkel om onmiddellijk te kunnen ingrijpen bij een misdrijf, schade, overlast of ordeverstoring. Let op: live meekijken kan een bewakingsactiviteit zijn in de zin van de wet op de private veiligheid — laat dat nakijken als je daar structureel iemand voor inzet.

Wat kost het als ik dit niet in orde heb?

Naast mogelijke sancties onder de Camerawet loop je een GDPR-risico, want je verwerkt persoonsgegevens zonder de vereiste documentatie. In de praktijk komt het meestal aan het licht via een klacht van een klant, een buur of een medewerker. Het vervelende is dat aangifte, pictogram en register samen minder dan een uur werk zijn.

Ik heb al jaren camera’s zonder aangifte. Wat nu?

Doe de aangifte alsnog via aangiftecamera.be, controleer je pictogram tegen het wettelijke model, en maak je beeldenregister op. Beter laat in orde dan wachten tot er een klacht komt.

Kort samengevat

Drie acties die je niet mag vergeten: aangifte via aangiftecamera.be uiterlijk de dag vóór ingebruikname en jaarlijks te valideren, een pictogram volgens het wettelijke model aan de ingang, en een register van beeldverwerkingsactiviteiten dat je op verzoek kunt tonen.

Richt je camera’s op je eigen ruimte, bewaar beelden maximaal één maand, en let op de dubbele regeling bij camera’s op de werkvloer: zodra ook klanten of bezoekers in beeld komen, geldt de Camerawet naast cao 68.

Samen kost dit minder dan een uur. De meeste zaken die ik zie, hebben geen van de drie in orde.

Wil je weten hoe je camerabewaking in je bredere privacydossier past? Doe de gratis GDPR-scan of bekijk mijn aanpak rond GDPR en privacy. Zit je met een twijfelgeval — camera’s die zowel personeel als klanten filmen, of een systeem met meer dan tien camera’s — stuur me je situatie door voor een eerste inschatting.


Feiten gecontroleerd op 30 juli 2026 aan de hand van de informatie van de FOD Binnenlandse Zaken op besafe.be en de Gegevensbeschermingsautoriteit. Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies over jouw specifieke opstelling. Bij twijfelgevallen raadpleeg je besafe.be of de GBA.

Stijn Belmans
Stijn Belmans
https://stijnbelmans.be

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik gebruik cookies uitsluitend voor anonieme verwerking. Cookies Policy